ALS HET NIET KAN ZOALS HET MOET, MOET HET MAAR ZOALS HET KAN.

Dit motto  speelde mij dit jaar vaak door het hoofd, als ik nadacht over hoe de duivensport in elkaar zit.  Jarenlang had ik de kwekers van mijn vader onder mijn hoede en dat bracht ook mooie resultaten: Door mij samengestelde koppels zorgden  voor een leuk aantal Teletekstduiven. Maar nu ik start met een Teletekstplek, vind ik het erg mooi, dat het om een duivin gaat, die door mijn vader uit zijn vliegduiven is gekweekt.


In 2022 ben ik gescheiden. Na een heftige periode ging ik weer denken over en bouwen  aan de toekomst. Pa had al vaker aangegeven dat  twee disciplines spelen – dagfond én overnachtfond – hem te veel werd.   Bij mij groeide het verlangen om zelf weer deel te nemen aan de wedvluchten. En zo kwam ik in het najaar van 2023 op het idee om dagfond en overnacht te gaan splitsen:

Pa alle dagfondduiven ( kweek- én vliegduiven) en ik alle overnachters            (ook: kweek- én vliegduiven). Dit zou Pa meer rust geven  en ik zou dan ook van eigen adres kunnen spelen.


In 2024 startte ik dan vol enthousiasme met 45 jongen. Ik had ze goed afgericht en flink ingespeeld, maar zoals bij  velen gingen er ook verloren.

Na een wat teleurstellende Bergerac 2024 bij Pa, plaatste ik de 2 overgebleven driejarige  vliegduiven en  11 tweejarige op mijn hok in Kampen. Door vakantie kwam het er op dat moment niet van om ze snel los te laten. Bij terugkomst van vakantie hadden de meeste een nestje en werden deze duiven binnen 3 dagen overgewend.  Aangevuld met mijn overgebleven jongen kon ik met 17 koppels vliegduiven starten.


Er volgde een voorjaar met veel wind tegen maar de duiven kwamen goed en naar tevredenheid naar huis.  Tien duiven werden klaar gemaakt voor Ruffec.  Acht tweejarigen en twee jaarlingen die gekoppeld stonden aan tweejarige.   De meeste hadden een neststand van 10 a 12 dagen broeden.

Toen het zover was, bleken de weersvoorspellingen slecht en al snel leek lossen op Pinksterzondag de beste optie.  Dit gebeurde ook; om 15.00 uur begon de terugreis. De voorspelde windrichting zou vermoedelijk nachtvliegers geven en alles leek erop dat het een onrustige nacht zou worden.   Ik was van plan om op de bank in de overkapping te gaan liggen/slapen maar hier was zo veel omgevingsgeluid dat slapen niet te doen was.  Dus ben ik maar met kleren aan op bed  gaan liggen. Het raam bleef open. Op 6 meterafstand van de  valklep moest dit lukken. Rond half 1 moet ik in slaap zijn gevallen en rond 2 uur werd ik weer wakker.

Bij raadpleging van Compuclub bleek dat er in Utrecht al duiven waren,   dus was ik weer snel uit bed. Ik ging eerst vrij rustig aan de koffie, maar er kwam toch een onrust over me. Daarom ben ik eerst naar de Groenendael gereden want dierenarts Nanne Wolf constateerde een week eerder, dat ze er mooi op  stonden. “Laat je pa er maar uit gaan als  nachtvliegers te verwachten zijn, want dan kunnen die oudere duiven doorschieten naar het hok van je vader aan de Groenendael”.

Nu zaten pa en ma lekker op de camping dus ben ikzelf even heen en weer gereden om de situatie te controleren. Voor de zekerheid heb ik ook de vlag uitgestoken, die mijn pa hanteert bij het trainen. Om kwart voor 4 ging ik nog eens kijken, voordat het echt licht zou worden, maar daar zat nog steeds niets.


Terug thuis liep ik achterom en zag ik een schim op het dak van het huis zitten. Ik floot en riep en na een eerste mislukte landing was het bij de tweede poging wel raak: Een tweejarig overgewend duivinnetje viel op de klep !  In alle spanning wist ik toch nog een filmpje te maken.                            En ja hoor: Al gauw bleek dat ik in de kop van de meldlijst van onze afdeling stond.  Wie had dat durven dromen !!! Mijn debuut op de marathon had niet beter gekund. Dus vanaf nu zal deze dame door het leven gaan als de Debutante !!  

PLOTSELING INSPIRATIE GENOEG

Heb je mij in de afgelopen jaren via Facebook of via mijn site gevolgd?       Dan is het jou vast en zeker wel opgevallen, dan het – qua schrijven van blogberichten – bijna een jaar lang erg stil geweest. De oorzaak daarvan is simpel dat er te weinig aanleiding was om een bericht te schrijven en ik me er maar moeilijk toe kon zetten.

In het laatste bericht van juli 2024 heb ik aangegeven, dat er een grote verandering op komst was:   Na 20 jaar op zowel  de eendaagse fond als de meerdaagse fond te hebben gespeeld op nest,  zou het gaan gebeuren, dat ik mij alleen nog  op de eendaagse vluchten zou toeleggen.    En dan door middel van dubbel weduwschap. De marathonduiven zijn verhuisd naar het hok van onze zoon Matthijs, die dit jaar een start maakt op de marathon vluchten.

In het stille seizoen heb ik mijn hokken dan ook aangepast. Gevolg is wel, dat de afdelingen wat kleiner zijn geworden. Maar ja, al bijna 50 jaar ben ik hier  bezig de beperkte ruimte zo effectief mogelijk te benutten. Ik heb rigoureus geselecteerd en slechts één koppel tweejaarse duiven aangehouden, mede omdat ik een mooie, ervaren ploeg jaarlingen had overgehouden aan het seizoen 2024.

En dan begint het vliegseizoen….. Het was best moeilijk om het systeem van dubbel weduwschap tot mijn routine te maken. Met 12 koppels en een reserveduivin ben ik van start gegaan. Daarvan zijn intussen twee duivinnen afgevallen.  De prestaties vond ik tot nog toe best verrassend: er werden leuke prijspercentages gehaald en af en toe een paar mooie kopduiven.

Toen kwam maandag 26 mei. Zoals ik me vóór het seizoen al had voorgenomen, had ik de donderdag daarvoor alleen het koppel tweejaarsen ingekorfd. Vooral de duivin, die al een paar puike prijzen had gewonnen, zag er geweldig uit en voelde fantastisch aan. Door slecht weer moest de lossing zowel op zaterdag als zondag afgelast worden. Die dagen fantaseerde ik een beetje hoe die duivin het eraf zou brengen, want ik was gewoon overbluft door haar topconditie. Maandag kon er uiteindelijk tegen 7 uur wel gelost worden bij een half bewolkte hemel en een zuidwesten wind.  Vanaf een uur of 12 bleef ik de meldingen volgen. Op een gegeven moment kreeg ik een indruk hoe laat de kopduiven in onze regio zouden moeten aankomen. Die laptop gaat dan wel verslavend werken!!

Ik zat daar dan ook nog achter – met uitzicht op de hokken – toen ik nog net zag dat mijn favorietje van de punt van ons dak naar het hok dook. “Heeft ze het dus toch weer geflikt!”, dacht ik. Omdat mijn duiven sinds dit jaar automatisch gemeld worden zag ik binnen een paar minuten dat ze werkelijk een topprestatie had geleverd. Ze stond – voorlopig???-  op de 7e plek.  Meteen zag ik ook dat clubgenoot Johan de Vries, die zijn hele vliegbestand had ingezet,  er warempel al 3 voor mij geconstateerd. En vlak achter mij stond ook nog clubgenoot Gerard van den Berg.


Een half uur na de duivin was ook de doffer binnen en kon de klep dicht. Hij vliegt nog een nette prijs 1 op 10.   Omdat ik geen duif meer op te wachten had, besloot ik na een poosje Johan te gaan feliciteren met zijn schitterende uitslag. Bij mijn aankomst was hij nog steeds bezig duiven binnen te roepen – voor zover dat nodig was – en ook kreeg hij al enkele telefonische felicitaties. Ik liet Johan eerst nog even zien dat mijn toppertje drie grootouders heeft, die van zijn hok afkomstig zijn. Als je in de stamkaart de Blue Surprise trouwens opzoekt, dan zie je dat mijn duivin de vierde in lijn is die Teletekst vliegt.

Twee andere duivenmelkers hadden vanaf het begin de stroom aan terugkerende duiven gade geslagen. Zij vertelden samen met Johan, dat het begonnen was met een groep van 5 duiven, die ze zagen aankomen. Drie ervan doken naar beneden, de andere twee draaiden nog een rondje en vlogen toen door. Gezien de uitslag moeten dat de duif van Gerard van de Berg en die van mij zijn geweest. Heel bijzonder dat deze 5 duiven eindigen in de top 10 van de afdeling.

’s Avonds bij het afslaan in de vereniging merkte Mark van den Berg op, dat hoogstwaarschijnlijk de twee kopduiven van Cor Walda ook tot de kopgroep hebben behoord.  Ook wist hij te vertellen, dat -als ik het goed heb onthouden- maar liefst 9 van de eerste 12 duiven van dit concours afstammen van duiven van zijn helaas veel te vroeg overleden broer Henri.

Het zal je niet verbazen, dat ik  die maandagavond maar moeilijk in slaap kon komen.          De volgende morgen moest de duif natuurlijk wel een naam krijgen.  Ik heb gekozen voor  CATCH THE WIND (vang de wind), geïnspireerd door een mooi lied van Donovan. Hij was een Schotse singer/songwriter in de flowerpowertijd. Een tijd waar ik met enige melancholie op kan terugkijken.   

Tussenjaar

Een tussenjaar is bedoeld om de horizon te verbreden en ideeën op te doen, aldus Wikipedia. Ik voel me dit jaar ook een beetje in een tussenjaar zitten. De jaren ( 73! ) beginnen hier aardig mee te tellen. Ik ervaar, dat twee disciplines spelen me teveel werk en spanning geeft. Al eerder schreef ik in dit Blog al over de plannen die Matthijs en ik voor dit jaar hadden en voor volgend jaar hebben. Nu merk ik dat ik in gedachten al vaak bezig ben met de situatie zoals die in 2025 zal zijn: Geen marathonduiven meer op mijn erf, maar wel dagfondduiven. Daarmee neem ik ook afscheid van het nestspel en zal ik totaal weduwschap gaan spelen.

De bedoeling was om dit seizoen op de dagfond eens volgens het systeem van Gerrit Jan Beens te gaan spelen. Maar toen in april die duiven vooreerst op weduwschap werden gespeeld, kwamen er een paar bescheiden succesjes. Na nog een week broeden – wegens eerder aangegaan verplichtingen – werden ze toch weer op weduwschap gezet. Ondanks dat de hokinrichting daar niet optimaal voor is.

De ren, waar ’s nachts de doffers en overdag de duivinnen in zitten.

 Ik dacht: “Waarom zou ik nu al niet vast proberen te wennen aan het totaal weduwschap spelen? Dan weet ik volgend jaar al enigszins wat wel en wat niet werkt. En het begon er al aardig op te lijken, al vond ik het wel apart, dat de doffers het beter deden dan de duivinnen.  Omdat slechts 5 van die 18 dagfondduiven overjarig zijn, heb ik ze niet eerder op de dagfond gespeeld dan  op 29 juni jl.  Gray werd een pittige vlucht , waar mijn jonge ploeg het best moeilijk mee had. Mooi was wel, dat een van de laatste jongen van de 14-jarige Blue Surprise mijn eerste was. Jammer dat twee duiven achterbleven, waaronder mijn eerstgetekende.

Maar intussen hebben we ook alweer 3 marathonvluchten achter de rug. Daarbij waren de resultaten aanvankelijk niet best. Op Ruffec had ik 8 tweejarigen mee en ik had goede verwachtingen. Maar dat liep heel anders. Slechts 2 duiven vlogen prijs en bovendien bleven er 2 achter, waaronder eerstgetekende  Layla. Zij vloog vorig jaar de  5e NPO Bordeaux op 1336 duiven! 

Daarna volgde Sint Vincent, waarvoor ik 3 doffers aan de start kon brengen: Twee oude doffers van 2018 en een van 2021. De laatste had nog geen potten gebroken, de andere twee hadden in de afgelopen 5 jaar al een mooi aantal prijzen gewonnen, vooral als het zware vluchten betrof.  Deze editie van Sint Vincent was van een veel lichter kaliber, door de staartwind die ze hadden. Het werd voor mij een grote misser.  Al met al een voorzomer die mij weinig voldoening gaf. 

Maar toen kwam de ochtendlossing Perigueux. Ik had 2 overjarigen en 10 jaarlingen ingekorfd op jongen van 6 tot 10 dagen. Op de dag van lossing kreeg ik 2 duiven, waarvan de Rode 623 mijn eerste was. Vier minuten later volgde de Rode 663. Eindelijk een mooie oppepper!!

Deze Rode 623 , nazaat van de duiven die 2022 tot een topjaar maakten, won de 41e prijs op 2908 duiven.  Mede gezien het feit dat Han Voerman uit Soest op Ruffec tegen 6900 duiven in Sector 3 de 17e prijs wint met een jaarling kleindochter van Spirit en Lucky, lijkt het er steeds meer op dat we met deze lijn vertrouwvol de toekomst tegemoet kunnen.

En tot mijn verbazing kwam de rest de volgende morgen ook vrij vlot. Zo goed zelfs, dat ik 5e Grootmeester over deze vlucht werd van Afdeling 8. Ook de laatste duif kwam die morgen aan.  DAT GEEFT DE BURGER MOED.

Voor de tweede keer in mijn leven heb ik deze week een duif meegegeven naar Barcelona. Met mijn broer ben ik naar het NIC Nieuwleusen gereden en heb ik gevoeld, wat voor impact deze vlucht op liefhebbers heeft. Wat heeft de inkorfcommissie het daar goed voor elkaar! Het is inmiddels het meeste noordelijke inkorfcentrum in Nederland en er waren 61 liefhebbers die 286 duiven inkorfden. Ik maak mij geen illusies, maar ik heb de 6-jarige Siem ingekorfd, die dit moet aankunnen.

Omdat de planning niet helemaal goed verliep, zult u mij niet aantreffen op de uitslag van Cahors, omdat ik daar geen duiven op goede stand voor heb zitten. Mijn laatste pijlen in Marathonland zijn gericht op Bordeaux en Bergerac. De nieuwste generatie marathonduiven verschijnt a.s. vrijdag bij Matthijs aan de start voor hun eerste africhtingsvlucht. Zijn kleurrijke groep heeft een zeer gedegen opleiding gehad.  Bij mij gaan de jonge duiven ook mee, maar ik zal eraan moeten wennen, dat blauw de overheersende kleur op mijn hok wordt…. En in ieder geval hoop ik volgend jaar om deze tijd enkele mooie Marathonvluchten bij Matthijs te mogen meemaken.

De jonge garde voor 2024.

Nieuwe doorstart in uitvoering

In mijn vorige blogbericht deed ik o.a. verslag van de aanschaf van versterking voor de marathonvluchten. Daarbij ging het vooral over de duiven die kwamen van Huygens/Van der Molen uit Bant. Voor een nieuwe impuls voor de dagfond  zijn we nog dichter bij huis gebleven: clubgenoot Johan de Vries. Bij hem haalden we allereerst een zoon van zijn beste koppel: Havik x Nicole 909. Eigenlijk hadden we deze duif als duivin gekocht en Anneke genoemd, naar Johans moeder. Nadat er zelfs een test in het laboratorium van Gendika aan te pas was gekomen , bleek het toch een doffer te zijn. En zo werd Anneke Anco!

Verder kochten we van Johan ook nog een ingeteelde doffer, uit Jennes en een volle zuster van hem.

Tenslotte wisten we via een liefhebber die stopte met de duivensport aan een zoon van Johans Miss TT te komen. Mooie bijkomstigheid was, dat deze doffer inmiddels al de grootvader is van de 3e Nationale Asduif jong van Edwin Timmerman. Helaas hebben we de fout gemaakt een andere duif -met dezelfde eindcijfers in het ringnummer – mee te geven aan een clubgenoot om door Henk Storm te worden gefotografeerd.  Die foto zal er zeker nog wel dit jaar komen, maar hierbij al vast de stamkaart.

Enkele weken geleden was er door Johan en zijn medebestuurder Roel van Bruggen weer een jaarlingenkeuring georganiseerd voor de leden van De Postduif, Kampen. Hieraan is een competitie verbonden, waarbij het erom gaat welke jaarling in 2024 de meeste kampioenspunten bij elkaar sprokkelt. Omdat er nu ook een aparte competitie voor marathonduiven komt, besloot ik maar weer eens mee te doen. Ik vond het moeilijk een keuze te maken, vooral omdat de conditie van de duiven niet super was, omdat de doffers op drijven stonden. Uiteindelijk koos ik voor een klein zwart duivinnetje, gekweekt uit twee jaarling kweekduiven. Drie goede grootouders van het zwartje zijn: Going Home, Auke en Pipa.

De keurmeester van dienst was William Geurtz uit Haalderen,  commercieel manager bij GPS. Op bovenstaande foto ziet u het zwartje helemaal linksboven zitten. Zij eindigde als 3e beste jaarling en als 1e beste marathonduif  in een ‘veld’ van 27 jaarlingen. Nu maar afwachten of zij deze verwachting kan waarmaken.

In mijn vorige blogbericht schreef ik ook over twee kleinkinderen van Lucky en Spirit, die op de finale van de OLR  Thailand Masters als 43e en 76e afgevlagd werden. Van Bernhard Bramsiepe kreeg ik nog 2 foto’s toegestuurd, waarop ook nog eens vermeld stond , dat zij in het klassement van de asduiven hoog geëindigd zijn. 

Deze week had Bernhard weer goed nieuws: Een achterkleinkind van diezelfde Lucky en Spirit vloog op de eerste 3 Hotspots van de OLR Europa Masters in Spanje  de 13e, 14e en 6e prijs!! Ik ben benieuwd wat die nog meer gaat uitspoken!

Zoals  hier gebruikelijk hebben we de kweek- en vliegduiven weer op de laatste vrijdag van januari gekoppeld. Dat betekent, dat de eerste ronde jonge duiven deze week gespeend wordt. En wéér grijp ik even terug naar mijn vorige blogbericht, waar het ging over een nieuwe start voor Matthijs. Want hij kwam onlangs met een mand langs om de eerste jonge duiven voor zijn vlieghok op te halen.

En in mijn jonge duivenhok hebben dan ook de eerste dagfondjonkies een plek gekregen. Over een week of 3 kan ik bij Matthijs de 2e ronde van de dagfondkwekers ophalen. En de door hem gekweekte marathonduifjes blijven mooi bij hem op het hok. Nu maar rustig afwachten hoe  dit alles zich zal uitkristalliseren tijdens het vliegseizoen 2024!

Nieuwe doorstart op komst!

In mijn laatste blog liet ik al weten, dat er wat de duiven betreft een verandering staat aan te komen in huize Kok. Mijn zoon Matthijs, die jarenlang de scepter zwaaide over onze kweekduiven, wil ook graag weer aan de wedvluchten deelnemen, vanaf zijn eigen erf. Het is de bedoeling, dat hij vanaf 2025 alle marathonduiven voor zijn rekening neemt: kweekduiven, vliegduiven en jonge duiven.      
Op mijn eigen erf worden dan alle dagfondduiven ondergebracht.

Met de aankoop en plaatsing van een ren vóór de hokken heeft Matthijs zijn accommodatie verder geoptimaliseerd.  En…  de nieuwe doorstart begint eigenlijk al in juli 2024.
Het is namelijk de bedoeling dat hij de te kweken jonge marathonduiven van 2024 gaat huisvesten in het rechter gedeelte van onderstaand hok. 
Bij mij krijgen dan alle jonge dagfondduiven een plaats.

NIEUWE KWALITEITSINJECTIE?

Zoals zo velen blijft Matthijs ook altijd op zoek naar versterking van onze/zijn kolonie duiven.            Dit najaar kocht hij op een bon een knappe jonge doffer van de combinatie Huygens/Van der Molen uit Bant. Deze fanatieke liefhebbers timmeren de laatste jaren flink aan de weg. Toen we het doffertje gingen ophalen, waren we erg onder de indruk van de schitterende accommodatie, de fantastische duiven en zeker ook de warme ontvangst.

Die goede indruk is wel even blijven hangen, want een dikke maand later nam Matthijs weer contact op met Frank (Huygens). Door ruiling is er een tweede doffer gekomen en door aankoop nog een derde. Eén daarvan komt uit hun topdoffer Tukkepoot. Die won de 1e  Bergerac in Sector 4 en de 1e NPO Dax. De ander uit een super kweekduivin.

PRACHTIGE REFERENTIE.

In de tweede week van het nieuwe jaar kregen we een prachtige referentie van Bernhard Bramsiepe uit Duitsland. Al geruime tijd neemt hij samen met zijn maat Manfred Weiner onder de naam Team Verl  deel aan eenhoksraces.  Twee jaar geleden informeerde Bernhard bij ons voor versterking . Hij kocht toen twee jongen – een doffer en een duivin – uit Spirit  x Lucky.       Nu is gebleken dat Team Verl zowel uit  die jonge doffer van toen als uit  die duivin een jong heeft ingezonden voor de Thailand Masters.     

Er werden vanuit de hele wereld maar liefst 5198 duiven ingeschreven. Voor de finale op 10 januari jl. werden uiteindelijk 1541 duiven ingezet van 743 internationale liefhebbers. Het werd een zeer zware finale: Afstand 530 km. Snelheid eerste duif 1128 m/min. Temperatuur 34 graden. Kopwind.  Vorig jaar wonnen zij de Thailand Masters!!        Dat lukt je niet zo maar twee keer achter elkaar, maar Bernhard schreef, dat hij ook nu erg tevreden was: Van de 78 duiven die nu op de dag van lossing thuis kwamen, waren er 3 van team Verl. Daarbij waren ook die twee kleinkinderen van Spirit en Lucky!! Ze werden 43e en 76e.         Erg fijn om te horen dat duiven van ons soort het zo goed hebben gedaan aan de andere kant van de wereld!

START KWEEKSEIZOEN.

Zoals de laatste jaren gebruikelijk is, worden onze kweekduiven en vliegduiven op de laatste vrijdag van januari gekoppeld. Als het lukt gaan alle eieren van de kweekduiven onder de vliegduiven.    Daarna worden de meeste kwekers omgekoppeld en brengen ze die ronde zelf groot.    Over de aankoop van enkele dagfondduiven kunt u lezen in mijn volgende blogbericht.            We gaan zien wat seizoen 2024 ons gaat brengen.                     

“We hebben jouw blog gemist”

“We hebben jouw blogs gemist”, dat zei onlangs Dirk Jansen namens een paar clubmaten, toen we een vergadering hadden. Op zich vond ik dat een mooie opmerking. Kennelijk vallen mijn blogberichten wel in de smaak. Maar er klonk ook een licht verwijt door, en terecht!!      Mijn streven was om met regelmaat een blogbericht te schrijven. Maar ja, het valt niet altijd mee.    Je moet er wel gemotiveerd voor zijn en de nodige inspiratie hebben. En…een blogbericht als dit kost me wel een paar uur.  De inspiratie komt meestal vooral door het verloop van de vluchten. En eerlijk gezegd: 2023 was een minder jaar dan 2022.

Met name de dagfondvluchten vielen soms  letterlijk maar figuurlijk helemaal in het water. Scharnierpunt was het weekend van 10 juni. Een week van tevoren leek het er al op, dat Gien een moeilijke vlucht zou worden. Die hele week heb ik gedubd of ik mijn jaarlingen er nou wel of niet op zou zetten. Tenslotte heb ik met het motief ‘Ze hebben zo’n mooie neststand’ en ‘Ze hebben vorig jaar het hele jonge duivenprogramma afgewerkt’ de meeste jaarlingen op die tweede dagfondvlucht ingekorfd. Een paar andere gingen naar de vitessevlucht van dat weekend.

Het werd een gigantische tegenvaller. Er werd in afdeling 8 maar één prijs 1 op 10 gewonnen en daarna nog een handvol prijzen 1 op 4. De helft van de duiven moest de volgende dag nog komen. Vier stuks gingen echter verloren en ook nog eens drie van die vitessevlucht. De eerstvolgende vlucht was Chateauroux (709 km) en die vlucht heb ik niet meegedaan, in de hoop dat ik ze voor de 4e en 5e vlucht nog op de rit kon krijgen. Maar helaas lukte dat ook niet. Mijn slechtste dagfondseizoen ooit, voor zover ik het kan overzien!

Layla

Wat de marathonvluchten betreft: Vooraf wist ik, dat ik aan het jaar 2022 niet zou kunnen tippen. En zo liep het ook. Toch zijn er 3 vluchten waar ik met plezier naar terugkijk. Voor het eerst in mijn leven korfde ik ‘maar liefst’ vier duiven in op Sint Vincent. Drie van de vier speelden zich zodanig vroeg in de uitslag, dat ze voor de 4e  Beste Hokprestatie van Sector 3 zorgden tegen 494 duivenliefhebbers! Op Bordeaux vloog Layla,  een jaarling Rekker-Westra duivinnetje,  de 5e Teletekst tegen 1336 duiven in Afdeling 8. En op Bergerac vloog   een jaarling Rekker-Westra doffer de 27e prijs tegen 2898 duiven in Afdeling 8. Bovendien eindigde hij met deze prestatie op de 3e plaats bij de Jaarlingringenrace van Marathon Noord.

Ook op de vluchten met de jonge duiven kan ik met tevredenheid terugkijken. In mijn blogbericht van 24 april heb ik mijn begeleiding van de jonge duiven in de eerste maanden uitgelegd: Als pieper al regelmatig een nacht in de mand en leren eten en drinken in de mand. Daarop volgde het zelf opleren van de jonge duiven in 9 stappen. De wedvluchten verliepen goed dit jaar. En dan kijk ik niet zozeer naar prestaties. Mijn accommodatie is te klein om ook met jongen te kunnen schitteren, is mij in 2022 nog eens gebleken. Sowieso is het vrijwel onmogelijk om dat met marathonduiven te doen. Maar ik werd er wel blij van dat er maar weinig jonge duiven achterbleven. Ik zou het moeten opzoeken of ik in de laatste 20 jaar al eens zo’n hoog percentage jonge duiven heb overgehouden. Dus konden Matthijs en ik echt selecteren uit het grote jonge duivenbestand.

Op het succesvolle jonge duivenseizoen volgde een vlekkeloze rui. Als voer kregen de duiven hoofdzakelijk de Championsmix van Embregts, dat ook in het vliegseizoen mijn basisvoer was. Wel werd  er elke dag lijnzaad aan het voer toegevoegd, zoals mijn vader altijd al deed. Geprobeerd werd om de duiven nu tweemaal per week een bad te geven. Voor de oude duiven gebeurde dat meestal in de ren voor het hok. In de zomer durf ik de jongen – die geen ren voor het hok hebben – best wel een bad in het hok te geven.  Maar in de herfst zou de vloer te lang nat blijven en daarom zet ik het bad dan op het dak.

Wat doe je, als je als melker bent afgekickt van het vliegseizoen?  Plannen maken voor het nieuwe natuurlijk.  Gaande het seizoen ( vooral gaande dít seizoen) ontstond bij Matthijs en mij het verlangen om meer duiven op de marathons te spelen en wat minder op de dagfond. Vandaar dat ik het scheidingswandje in het vlieghok van de oude duiven verplaatst heb. Waren er in 2023 13 bakken voor de dagfond en 12 voor de marathons, in 2024 zullen dat er 9 voor de dagfond en 16 voor de marathons zijn.

Ondanks dat het aantal vliegduiven op de dagfond dus kleiner wordt, staan we niet stil in de zoektocht naar versterking. We zijn erg blij dat we onderstaande duivin van Johan de Vries hebben kunnen kopen, een dochter van zijn beste kweekkoppel.

Verder hebben we de kuur tegen paratyfus net afgesloten en zijn ze pas geënt.  In december volgt dan nog de enting tegen paramyxo.  Tenslotte……. is er voor de lezer wellicht nog verrassend nieuws:

Zoals de meesten wel weten is mijn zoon Matthijs zijn hele leven al dol op duiven geweest. Hij heeft zelfs met  mij in combinatie gevlogen en ook zelfstandig als jeugdlid. De laatste jaren beheerde hij ons kweekhok. Welnu…  HET BEGINT BIJ HEM WEER TE KRIEBELEN!!  Hij wil erg  graag ook vanaf zijn eigen erf gaan vliegen.  We denken een manier te hebben gevonden, die voor beiden voordelen heeft.  Dat alles zou op het  onderstaande kweekhok,  uhh ….vlieghok moeten gebeuren.  Maar daarover hopelijk meer in een volgend blogbericht.

Turbulente weken

In het weekend van 17 en 18 juni werd de tweede eendaagse fondvlucht vervlogen. Gezien de weersverwachtingen heb ik bijna de hele week daaraan voorafgaand zitten piekeren: Alle duiven inzetten inclusief de jaarlingen of toch een deel thuis houden?  De meeste zaten op jongen van een dag of 5 en mede daarom heb ik besloten toch alle 21 duiven in te zetten.  Het weer was die zaterdag niet geschikt om te lossen,   zondag vond de lossing wel plaats, ondanks een negatief advies van het IWB. (Instituut Wedvlucht Begeleiding)

Het werd een zeer zware vlucht. ’s Avonds waren op veel plaatsen de concoursen nog niet gesloten. Ikzelf moest erg lang wachten op mijn eerste duif en aan het eind van de avond waren er 14 thuis. De volgende dag kwamen er nog 3. De laatste 4 zijn helaas achtergebleven, allemaal jaarlingen. Ik was erg teleurgesteld door dit verloop. Vier koppels waren hierdoor verbroken. Na een paar dagen heb ik besloten om níet in te korven op Chateauroux , maar alles te herkoppelen, zodat ze nog een keer op eieren en een keer op jongen gespeeld kunnen worden.

Hoewel ik in de loop der jaren mooie resultaten op de eendaagse Fond heb behaald met mijn nestduiven (zie hierboven) , begon ik steeds meer te overwegen om volgend jaar over te stappen op het weduwschapspel.  Dat lijkt me toch een spel, waarbij de verzorging een stuk soberder is. Bovendien denk ik dan makkelijker een serie prijzen te kunnen spelen, mits ze in vorm komen.

De daaropvolgende week was de stemming natuurlijk niet zo best. Maar op dinsdag moest er wel ingekorfd worden voor de nationale Meerdaagse Fondvlucht vanuit Saint Vincent, gelegen aan de Pyreneeën.

Sint Vincent, zoals wij het maar noemen heeft al decennia lang een magische klank in duivenmelkerskringen. Het wordt ook wel de Koninginnevlucht genoemd. Mijn vader was er al door gebiologeerd!!  Die vlucht was het hoogtepunt van het seizoen. Ik herinner me dat  hij (en zijn broer Jennes) al in de jaren-60 een blauwwitpen duivin hadden die een paar jaar vroeg zat op deze vlucht. Hij vroeg Piet van Marle – die een stukje bouwland naast dat van mijn vader had – of hij niet samen met hem de duif wilde poulen, in de hoop een mooi bedrag terug te winnen. Ook zie ik nog voor me, dat mijn vader op de inkorfdag het duifje pakte en haar peulvruchten in de bek stak, die een paar dagen in water waren gelegd!!!   Ik weet bijna zeker, dat  de beste prestatie van het diertje een 59e Nationaal was. Er waren toen nog geen sectoren, maar wel speelde je Nationaal Noord of Nationaal Zuid.

 Ik zette  anno 2023  vier duiven in, een recordaantal voor mij.  Ze kregen vrijdag om 11 uur de vrijheid en hadden op dat moment maar liefst 1126 km voor de boeg!!!  Niet geheel tot mijn verrassing bleek in de loop van zaterdagmorgen dat er toch al weer rond 8 uur enkele duiven in den lande waren aangekomen.  Maar het concours kwam érg traag op gang.  Tegen half 1 kreeg ik een appje van mijn broer Gerard, die in 5 minuten tijd maar liefst 3 van zijn 7 duiven thuis had gekregen. Omdat de jonkies van één koppel bij mij hadden gelogeerd, besloot ik hem die jongen te gaan terugbrengen en hem natuurlijk te feliciteren met deze fantastische prestatie. Op het moment dat ik op de fiets stapte keek ik nog even achterom en zag ik nog net mijn eerste duif naar beneden duiken. Het was de 6-jarige Paula.  Vorig jaar had ze op dezelfde vlucht – die helaas moest worden omgevormd tot een ochtendlossing Bergerac – ook een vroege prijs gespeeld.

Een half uur later bleek ook haar doffer, Siem , in hun broedhok te zitten! Hij is gekweekt uit twee duiven van Siem en Karst Kolk, Genemuiden.  En weer 20 minuten later kwam de Oude Rode naar beneden. Bijzonder is wel, dat Paula van moederskant een halfzus is van LUCKY en de Oude Rode van vaderskant een halfbroer van LUCKY.  LUCKY won  vorig jaar de 1e van de gehele noordelijke Unie vanuit Limoges, tegen 6.710 duiven.  Nu zo maar drie van de vier duiven 1 op 10 in de prijzen, wat een luxe! Ze vlogen de 44e en 74e en 98e tegen 1015 d.

Waar de Gebroeders Jaap en Jennes Kok al 60 jaar geleden kop speelden op Sint Vincent, gebeurde dat nu door de nieuwe generatie Gebroeders Kok: Gerard en Arnold, want…      Gerard kreeg zijn ploeg ook goed naar huis: 6 van zijn 7 duiven zijn in de uitslag terug te vinden. Dit alles resulteerde in de twee Beste Hokprestaties (Grootmeesters) in Afdeling 8, nog steeds de op één na grootste afdeling van Nederland.

Tegen 192 deelnemende leden van Afdeling 8 werd dat:

En wat de totale uitslag van heel Nederland betreft, tegen 1769 deelnemers:

In de dagen na deze koninginnevlucht daalde het besef in, dat dit toch wel een heel mooi hoogtepunt in mijn duivensportloopbaan is. Dat geeft de burger moed. Wat ook motiverend werkte is het uitstekende verloop van het opleren van mijn jonge duiven. Ze trainen erg goed bij huis en zijn in totaal 9 maal weggebracht. Er zijn er maar een paar verspeeld. Voor aanstaande dinsdag lijken de weersomstandigheden prima. Dan staat de eerste opleervlucht vanuit Ede ( 60 km) op het programma. We gaan het zien.

Als het niet kan, zoals het moet…

Al enkele jaren boeken wij een voorseizoenplek voor onze caravan in de regio. Het plan werd opgevat om in ieder geval van Hemelvaart t/m/ 2e Pinksterdag te gaan genieten van de rust en de gezellige reuring om de camping. Mijn vrouw werkt in de zorg en regelmatig hoor ik een klaagzang over tekort aan personeel. Dus een voorjaarsvakantie was erg welkom.

Ik heb de gewoonte dan een nogal uitvoerig verzorgingsschema op te stellen voor de verzorger(s) die mijn taak dan gaan overnemen.  Dit jaar viel dat niet mee, want juist in deze periode moeten de puntjes op de i worden gezet voor de eerste dagfondvlucht en de eerste marathonvlucht. Vooral het voeren van de marathonduiven had ik liever zelf gedaan, temeer omdat de jaarlingen ingekorfd zouden worden voor de eerste dagfond en later juist weer de Limogesgangers moesten worden opgevoerd.  Het viel mij niet mee om de touwtjes uit handen te geven. Maar ik wist dat de verzorging in goede handen was.

Omdat de afstand tussen ons huis en de camping niet zo groot is, ging ik wel zelf inkorven en ook de duiven opwachten. Op Gien had ik 9 dagfondduiven mee en ook 9 marathonduiven. Die laatste gingen als invliegduiven mee. Alle duiven zaten ongeveer 10 dagen te broeden. Met Matthijs stond ik 2 dagen later  te kijken naar de duiven die vanaf Gien (590 km) met een pittige noordoosten wind naar huis moesten komen. Het was de 217, mijn eerstgetekende, die we als eerste naar het hok zagen duiken. Ze speelde een verdienstelijke 66e prijs in afdeling 8 tegen 5235 duiven. Zij is een kruising van onze eigen Blue Surpriselijn met een doffer afkomstig van Johan de Vries ( die trouwens een uitstekende uitslag neerzette!!)

Van de negen dagfondduiven kwamen er vijf in de uitslag. Vier van de negen marathonjaarlingen zouden in de tweede helft van de uitslag gestaan hebben, als ik ze in concours zou hebben gezet. Al met al was het resultaat gewoontjes. Voor de naderende, tweede dagfondvlucht zitten de duiven op een jong van 4 a 5 dagen.

Op de inkorvingsdag van Limoges kon ik de verzorging zelf weer op me nemen. Al in de winter hadden Matthijs en ik 7 duiven uitgekozen voor Limoges, de vlucht die vorig jaar werd gewonnen door Lucky!!   Ze was toen niet alleen eerste van de afdeling, maar ook van de hele Noordelijke Unie. Lucky is na Limoges 2022 nooit meer de mand in gegaan. Ze verhuisde naar het kweekhok. Haar halfzus Going Home , die in 2022 teletekst vloog vanaf Cahors, stond wel op de nominatie voor Limoges 2023, maar al in het voorjaar zat ze er niet glad genoeg bij. Zozeer zelfs dat ik haar de eerste twee africhtingsvluchten niet durfde in te korven. Daarna is ze toch een keer of 4 de mand in gegaan, maar er stond geen spanning op haar lijfje, toen de inkorfdag naderde. Dus geen 7 mee, maar 6.  Maar die 6 werden er nog eens 5, omdat een tweejarige doffer, mijn eerste van Bergerac 2022 na mijn thuiskomst van vakantie bleek te reutelen. Twee spuiten van Nanne Wolff brachten geen verbetering.  Spirit, eerder de partner van Lucky ging als eerstgetekende mee. Hij was tot dan toe 4x mee geweest en had 4 prijzen gewonnen. Zoals bekend werd Limoges een bijzonder zware vlucht.  Voor mij werd het een grote teleurstelling. Niet omdat er veel duiven achterbleven, zoals zaterdagavond nog bij velen het geval was, maar omdat het resultaat zeer pover was: één mager prijsje slechts. Spirit miste finaal.

Zo glad was deze eerstaankomende doffer nog bij thuiskomst. Door ruil verkregen van Coen Brugman. Gebrek aan trainingsarbeid kan niet de oorzaak zijn, want de duiven trainden tot nu toe eigenlijk beter dan vorig jaar. Zondagavond nog heb ik de neststanden verbroken om ze op een gunstige neststand te krijgen voor Perigueux en Cahors.  Maar eerst wacht ons nog Sint Vincent, waarheen vier van mijn duiven zullen afreizen. We hopen op betere uitslagen.

Aanpassingen

Nu ik ben ‘wakker’ geworden uit de ‘winterslaap’ , pik ik de draad weer op van het af en toe een blogbericht schrijven. Matthijs en ik hebben – zoals de afgelopen jaren de gewoonte was – eind januari weer gekoppeld. De eieren van zijn kwekers kwamen weer naar mijn vlieghok, waar ze vooral onder de jaarlingen werden gelegd.. Die brachten dus de 1e ronde van de kwekers groot en ook nog een paar koppels van de oudere vliegduiven. De tweede ronde zijn door de kwekers zelf grootgebracht

Er zitten nu ruim 60 jongen in het hok, inclusief 4 jongen die uit eitjes op een bon van Arjan Blom kropen. Ik heb veel betere ervaringen met jongen uit eieren  verkregen op bonnen dan met rechtstreekse jongen. Zo is er ook een aantal koppels eieren van mijn jaarling overnachtduiven verhuisd naar  een Friese liefhebber. Ik heb er wel vertrouwen in dat hij ermee zal slagen, want ze komen uit goed soort en de man weet van wanten. De eerste aanpassing van mijn ‘systeem’ die ik wil beschrijven is de volgende:                                       Dat het raadzaam is om jonge duiven te leren drinken in de mand, is alom bekend. Voorheen probeerde ik dat te doen, wanneer de jongen ongeveer 10 weken oud waren. Nadeel daarvan is , dat in die periode juist coli – mede door de stress van de mand – vaak de kop opsteekt. Deze winter heb ik één van mijn ruime manden (Jim van Ingen) zodanig aangepast, dat er niet alleen aan de voorkant, maar ook aan de zijkanten drinkgootjes opgehangen kunnen worden. Die mand staat nu al enkele weken midden in het hok, op de grond.  Overdag is de mand vrij toegankelijk.

Ik heb de eerste ronde verdeeld in 3 groepen van 10 a 11 stuks, door ze een gekleurd knijpringetje om te doen. Vanaf het moment van spenen heb ik voor  elke nacht die drie ploegen beurtelings in de mand gezet.  Wennen aan de mand hoeft ze nu niet meer geleerd te worden. Drinken kunnen ze ’s ochtends alleen vanuit de mand. Ook de andere jongen kunnen erbij. Ik probeer dat nog te bevorderen door die ploeg ook in de mand te voeren.  Even later worden de overige jongen in de voerbak gevoerd. Bijkomend voordeel is, dat ik de jongen nu elke week wel een paar keer in de hand krijg.  Ruim twee weken ben ik zo met die drie ploegen bezig geweest.  Een weekje geleden is ook de tweede ronde ingestroomd en die ondergaat nu dezelfde training . Over een week of 3 ga ik de ploegen  iets groter maken, zodat ik een ploeg minder krijg.  Als dat een beetje loopt, wil ik de toegang tot de drinkgoten van buiten afschermen en de jongen zo te leren om alléén te drinken vanuit de mand. Uit praktische overwegingen zal die dan onder de zitplekken van de jongen gehangen zal worden.

De tweede aanpassing betreft het langer op weduwschap inspelen van de duiven en de praktische gevolgen daarvan. Hierboven schreef ik dat de overjarige duiven wel waren mee gekoppeld, maar dat die na 6 dagen broeden weer gescheiden zijn. Voorgaande jaren liet ik ze nóg wel een keer op eieren komen. Dat is wel zo bevorderlijk voor de rust op het hok. Maar dit jaar heb ik ervoor gekozen om de motivatie  – hopelijk – wat op te voeren door ze pas weer te koppelen op het moment dat ze op stand gebracht moeten worden voor hun eerste dagfondvlucht, dan wel overnachtfondvlucht. Praktisch probleem is hier wel, dat ik niet een apart hok heb om de duivinnen in die periode in te stoppen. Daarom zitten de duivinnen nu ’s nachts in het hok en overdag  in de ren vóór het hok, terwijl de doffers dus ’s nachts in de ren zitten en overdag in het hok.   Maar… als je dan ook nog wilt verduisteren tot in mei, dan moet daar ook weer een oplossing voor gevonden worden. Die zie je dus op deze laatste foto:

Ik hoop dat het al die moeite waard blijkt te zijn, want het is best wel omslachtig, ook voor de duiven. Maar als ik zie dat mijn duiven op de twee africhtingsvluchten en de eerste vitessevlucht goed naar huis zijn gekomen  en dat er nog geen duif verspeeld is, dat heb ik er wel vertrouwen in.          Niettemin: rond 5 mei wordt er weer gekoppeld: De meeste dagfondduiven en de jaarling overnachters, die ook eerst naar de dagfond gaan. Een weekje later zijn de Limogesgangers aan de beurt en nog later een paar koppels voor Sint Vincent. Dan is alles weer veel overzichtelijker.       Kiek’n wat ét wördt!!

Beeldverhaal: de bouw van mijn duivenhoek

In deze donkere dagen zit ik nog wel eens te snuffelen in bestanden en paperassen van vroeger. Daarbij stuitte ik op een aantal foto’s van duivenhokjes en -hokken.  Sinds ik in oktober 1981 met mijn vrouw kwam te wonen op ons huidige adres, hebben daar duivenhokjes in allerlei vormen en maten gestaan. Dat komt ervan als naast de duivensport het timmeren een grote hobby van je is.

U bent gewend, dat ik mijn blogberichten  -als het even kan – doorspek met veel foto’s of andere afbeeldingen. In dit blogbericht heb ik de verhouding tussen tekst en beeld juist omgekeerd: Minder woorden, veel beelden. Ik hoop dat u ervan kunt genieten.

Terwijl ik nog volop meedraaide in de combinatie Jac. Kok en Zonen had ik al snel het verlangen in eigen tuin enkele duifjes te houden. Begin 1982 werd een kotje voor 2 koppels duiven gemaakt en tegen de muur van de berging gehangen. Aan de inrichting van de tuin werd nog druk gewerkt.
In 1987 werd de knoop doorgehakt: Ik stapte uit de combinatie en begon met duiven te vliegen vanaf mijn eigen adres. Het hok heb ik bij mijn vader in de schuur in schotten opgebouwd. Op de foto ben ik met mijn broer Gerard, mijn vader en mijn schoonvader bezig het geheel in elkaar te zetten.
Deze foto zal ongeveer uit 1990 dateren.  Het hok was toen 2.80 m lang en 1.95 m breed.
De ruimte achter ons huis is maar 7 meter breed en 8 meter diep. Daar staat linksachter ook nog een berging op. Ik speelde in die tijd het weduwschapspel. Al gauw moest het probleem van de huisvesting van de weduwduivinnen opgelost worden. Daartoe werden onder de 2 kotjes 6 kleine hokjes gebouwd, die met een rolhor konden worden afgeschermd.      Dat tuinieren mijn derde hobby is, blijkt wel uit het verschil tussen deze foto en de  allereerste.
 Deze foto dateert ongeveer uit 1992, waarop Matthijs ongeveer 7 jaar is. De allereerste kotjes zijn naar beneden toe met nóg eens 2 kotjes uitgebreid. Bovendien heeft het geheel ‘vleugels’ gekregen. Zo was er plaats voor 6 koppeltjes. Helemaal onderaan was nog ruimte voor duivinnen. Bovendien is hier te zien dat het oorspronkelijke ‘grote’ hok verlengd is met 1.20 m. In deze tijd speelde ik het hele programma, en ik mag wel zeggen: niet onverdienstelijk.     Hoogtepunt was wel het kampioenschap 1e Generaal Aangewezen Afdeling Zwolle, met  1100 leden!!  Op een van de kotjes woonde de duifkampioen generaal van kring 2.
Het dode hoekje rechtsvoor het grote hok, vlak bij de deur werd benut om er 3 kweekkoppels te huisvesten. Bovenin huisde de in die tijd bekende PITBULL. Hij was de vader was het ROOD RAKKERTJE (10e Nationaal Montpellier tegen 7856 duiven  en haar broer REDBULL (8e Nationaal Cahors tegen 9344 duiven)
Omdat Matthijs ook graag jeugdlid wilde worden, werd het grote hok verdeeld in 3 afdelingen. Van links naar rechts: de weduwnaars van mijzelf, 6 weduwnaars van Matthijs en de jonge duiven. Eén van Matthijs’ weduwnaars, gekocht op de duivenmarkt in Lier, werd Duifkampioen Vitesse in de kring. De kotjeswand werd danig aangepast en eronder werden de natoerjongen gehuisvest.
Tenslotte een foto van de huidige situatie. Sinds 2008 wordt er nestspel gespeeld, zowel op de dagfond als op de middaglossing. Linksachter zitten al enkele jaren de dagfondduiven. In 2012 heb ik een ren voor het grote ren geplaatst. Een paar jaar geleden heb ik die nog aangepast, zodat de valkleppen in het dak van de ren ingebouwd werden en ik ook in de ren kan lopen. Sinds 2022 zitten de duiven voor de middaglossing rechts. Sinds 2022 worden er ook geen natoerjongen meer gekweekt en huizen de vroege jongen op het hok links op de voorgrond
Zonder woorden……