Blog mei, geschreven door Arnold.
Het is 20 mei 2026, een uur of 6 en mijn telefoon gaat af: “Met Jan Schreurs;, ik heb een jonge duif van je opgevangen.” “Waar woon je en wat is het ringnummer” vraag ik. “Het ringnummer weet ik zo niet; Ik woon in Oldebroek.” Ik zeg: “Ooh, dat kan kloppen, want ik heb ze gisteren opgeleerd vanaf Oosterwolde. En ik miste er inderdaad nog één.” Jan vertelt: “Ik heb al heel lang duiven, maar ik heb er niet meer zoveel als vroeger. Ik ben ook al 80 jaar.” “Zoooo”, zeg ik, “Naar jouw stem te horen had ik je ingeschat op 40 jaar. Kan ik morgen de duif komen ophalen, want ik wil de jongen morgen naar Oostendorp brengen , even verderop.” Dat was geen probleem, als ik van tevoren maar even belde.
Toen ik de volgende dag mijn jongen in de mand had gezet, gingen mijn gedachten weer naar het telefoongesprek van de dag ervoor: Wat mooi dat een 80-jarige op die leeftijd nog zo’n kwieke, actieve, duivenmelker is.( Ik ben zelf ook al 75!!) En toen kreeg ik een idee: In het kweekhok liep nog een enkel halfwas jong uit mijn goede lijnen van Johan de Vries. Ik dacht: “”Die Jan kan ik daar vast wel een groot plezier mee doen.” Omdat hij nog te jong was, besloot ik even een stamkaart van het jong te printen. Vervolgens ging ik op weg met mijn 35 jongen, en een stamkaart in mijn jaszak. Vanuit Oostendorp vertrokken de jongen vrij vlot. Vervolgens ging ik naar de Zuiderzeestraatweg in Oldebroek, één van de langste straten van ons land.
Ik werd hartelijk ontvangen en we kletsten wat over en weer. Ook nam hij mij mee naar zijn zolderhok , op een grote schuur. De deur van het vlieghok ging open: Er zaten inderdaad 16 broedbakken in, waarvan er maar 9 bezet waren. Vanaf het bordes voor het hok had hij een prachtig uitzicht om duiven op te wachten.
“De vloer schoonkrabben, dat kan ik niet meer. Ik ben vroeger timmerman geweest en mijn knieën zijn niet zo goed meer, dus ik heb nu hennepvezels op de vloer.”
Eenmaal weer op de begane grond, vertelde ik dat ik het zo leuk vond dat hij nog zo’n actieve melker is. Staand in zijn mooie tuin vertelde ik, dat ik als dank nog een cadeautje voor hem had meegenomen. Ik gaf hem de stamboomkaart en lichtte die toe. Hij ondersteunde zijn antwoord met een ferme klap op mijn schouder en zei: “Zoiets heb in al die jaren nog nooit meegemaakt.” Die woorden lieten mij natuurlijk niet onberoerd. Ik vertelde hem dat het jong over ongeveer 10 dagen speenklaar zou zijn. Toen overhandigde hij mij mijn verdwaalde jonge duif. “Dit lijkt mij een dagfondduif,”zei hij. “Dat kan kloppen” zei ik, want ik mik op de Midfond en de Dagfond. Het duifje was nog in goed conditie. Toen zei ik: Morgen korf ik weer in voor de eerste dagfondvlucht van dit jaar. Vorig jaar vloog mijn topduivinnetje Catch the Wind een 7e NPO tegen duizenden duiven. We wensten elkaar succes en gingen uiteen. Thuis aangekomen nam ik het duifje uit de mand en liep ik rechtstreeks naar het hok, waar ik een overzicht van alle jongen heb opgehangen. “Eens kijken, waar die uit komt.” dacht ik. Al snel vond ik hem. “Hoe is het mogelijk,” dacht ik “Hij komt uil Catch the Wind!!!!” Ik besloot Jan dit pas te vertellen op de dag dat hij zijn jong zou komen halen.
Na een dag of 8 belde ik Jan, dat hij het jong kon komen. Hij was er erg blij mee en vond het ook heel apart, dat hij juist een jong uit mijn topduivin had opgevangen.
Op de vloer van het kweekhok zag hij ook nog twee speenklare kras jongen zitten. Gekweekt uit twee rechtstreekse duiven van Gerrit Jan Beens.
“Zijn die te koop?, vroeg hij. “Nou ik wil ze eerdaags op Duivenmarktplaats zetten. Maar.. heb je er belangstelling voor, wil jij ze kopen?, vroeg ik. Dat had Jan terdege! Ik noemde mijn prijs maar dat was hem teveel. We waren er al gauw uit: Jan kreeg beide jonkies mee voor de helft van de beoogde prijs “Ach, ik gun je ze wel, neem ze maar mee.” Bij het afscheid zei hij: “Ik geloof dat ik ze maar voor de kweek bewaar.”

y1lcbu